T
U
B
E
L
I
G
H
T
 
T
U
B
E
L
I
G
H
T

Henry Moore, RECLINING FIGURE (1969-70) (Foto: Henry Moore Foundation)

Jan Spiering, DE BALSPELERS (1968) (Foto: Gemeente Utrecht)

Sokkel DE BALSPELERS na diefstal in 2008 (Foto: Gemeente Utrecht)

Kathrin Schlegel, BITTE NICHT WIEDER KLAUEN (2011)

Matthijs Bosman, DE AFWEZIGE BEELDENROUTE (2011)

Zichtbaar afwezig

De Afwezige beeldenroute is ontwikkeld door kunstenaar Matthijs Bosman in opdracht van de gemeente Deventer. Te zien tot en met 31 januari 2012, startpunt VVV Deventer of Kunstenlab.

Bitte nicht wieder klauen
is permanent te zien in het Willem de Zwijgerplantsoen in Tuindorp, Utrecht.

Een slijptol, een paar sterke mannen en een bestelbus. Meer heb je niet nodig om een bronzen beeld uit de openbare ruimte weg te kapen. Kenmerkend is dat de gemiddelde bronsdief zich hierbij niet laat hinderen door enig kunsthistorisch besef. Of het nu gaat om een monumentale sculptuur van Henry Moore of een figuratief beeldje van een plaatselijke kunstenaar: het merendeel belandt uiteindelijk in de smeltoven. 

De opbrengsten van de roof staan vaak niet in verhouding tot de waarde van het werk. Neem bijvoorbeeld de Moore die in 2005 uit Hertfordshire (GB) werd gestolen. Dit twee ton wegende beeld had een marktwaarde van ruim 3 miljoen pond, maar leverde de dieven volgens Scotland Yard niet meer dan 1500 pond in de schroothandel op.

Dat klinkt als een hoop gedoe voor een paar schamele centen. Desondanks gaan de bronsroven gewoon door. Vlak voor kerst verdween nog een metershoog werk van Barbara Hepworth uit een Londens park. Ook in Nederland zijn in tien jaar tijd al een paar honderd kunstwerken verdwenen. Wat steeds overblijft is een lege sokkel met de gedachte aan wat er was. 

Deze onvrijwillige leegte kan - hoe wrang ook - wel weer nieuw perspectief bieden. In Nederland hebben al een paar opmerkelijke projecten plaatsgevonden die op eigen wijze invulling hebben gegeven aan het gemis. Zo werd in de zomer van 2008 het beeld De Balspelers van Jan Spiering uit een plantsoen in de keurige wijk Tuindorp in Utrecht ontvreemd.

Om de leemte op te vullen schreef de adviescommissie beeldende kunst en vormgeving van de Gemeente Utrecht een prijsvraag uit waarbij kunstenaars werden uitgedaagd voorstellen te doen voor de verlaten sokkel. Ze dienden met hun ontwerp een hedendaagse verwijzing te maken naar het begrip Homo Ludens, waarop Spiering zijn balspelers uit 1968 had geïnspireerd. 

Een jury waarin ook bewoners zitting hadden, liet de keuze vallen op Bitte nicht wieder klauen ('Gelieve niet nogmaals te ontvreemden') van Kathrin Schlegel dat in augustus 2011 werd onthuld. In samenwerking met Hagen Betzwieser bedacht Schlegel een voorstelling waarin de geest van De Balspelers nog springlevend is. Wie een eerste blik op het beeld werpt ziet een bal verstopt onder een doek boven de sokkel zweven. Eenmaal dichterbij gekomen blijkt het slechts een illusie. De bal is zichtbaar afwezig.

Dezelfde goocheltruc haalt Schlegel uit met haar materiaalkeuze. Omdat brons natuurlijk geen optie was, koos ze voor het goedkopere roestvrijstaal. Ze polijstte dit zo intensief, dat de hoogglans sculptuur de suggestie wekt zeer kostbaar te zijn. Zelfs de sporen van de vroegere bevestigingspunten liet ze intact, alsof de balspelers ieder moment weer op hun oude vertrouwde sokkel kunnen terugkeren. 

Een diefstal hoeft niet per definitie te betekenen dat de leegte moet worden opgevuld met iets nieuws. In Deventer vormde de diefstal in 2009 van een beeldengroep van Jop Goldenbeld juist aanleiding voor de adviescommissie om de kritische vraag te stellen of er wel een kunstwerk op die plek moest terugkeren. Niet overal waar de ruimte en het geld ervoor aanwezig is, hoeft immers een kunstwerk te verschijnen. Dit advies stond niet op zichzelf, maar kwam voort uit de nieuwe visie die de eveneens nieuwe commissie over kunst in de openbare ruimte heeft gevormd.

De publieke kunst van Deventer kenmerkt zich namelijk door een recente periode in de geschiedenis waarin de gemeente nauwelijks richting gaf aan de collectievorming. Hierdoor vond een zekere wildgroei aan particuliere initiatieven plaats. De casus van Goldenbeld was de uitgelezen kans om de waarde van kunst in de openbare ruimte ter discussie te stellen. Het riep de legitieme vraag op welke kunstwerken een plek voor de eeuwigheid verdienen. 

Om de ontstane leegte bespreekbaar te maken, kreeg Matthijs Bosman de opdracht om een tijdelijk project te realiseren dat het debat over de rol en betekenis van kunst in de openbare ruimte zou stimuleren. Bosman bedacht een route van ‘afwezige beelden’ dwars door het centrum van Deventer. Hier toont hij tien lege sokkels van kunstwerken die er niet zijn. Met uitstekende pinnen, gaten en oppervlakkige scheuren op de bovenkant van de sokkels, suggereert Bosman dat de kunstwerken stuk voor stuk geroofd zijn.

Via poëtische teksten die hij in het staal graveerde, geeft hij de bezoeker een handvat om werk te zien dat er niet is. Een sokkel met de inscriptie ‘Robin en Jamie Klein Koerkamp, met weemoed herdacht om hun vroege dood maar vooral hun wonderbaarlijke leven’, geeft het gevoel dat er een tragisch overlijden van twee kinderen heeft plaatsgevonden. Ook al is er geen herdenkingsmonument dat de tekst kracht bij zet, gaan toch even je gedachten uit naar dat ongelukkige voorval. Op zulke momenten weet zelfs een lege sokkel je te raken. 

De Afwezige beeldenroute van Bosman roept hierdoor wel de vraag op of het project een statement is vóór kunst in de openbare ruimte, of juist leegte als nieuw perspectief ziet. Wie immers beelden in zijn eigen hoofd kan maken, heeft geen fysieke exemplaren meer nodig. Aan de andere kant lijkt hij met een drietal sokkels waarin hij feiten en cijfers rondom de cultuurbezuinigingen en bronsdiefstallen heeft opgesomd, juist te waarschuwen voor de leegte die in de toekomst dreigt te ontstaan. 

Diefstal of niet, de route doet vooral beseffen dat de betekenis van een kunstwerk kan blijven voortleven wanneer het zijn fysieke plek verloren heeft. Net zoals de balspelers, die nog altijd zichtbaar afwezig zijn in het Utrechtse plantsoen.