Onaangepast gedrag

Agnes Winter

Elke twee jaar verzamelt Kunstvlaai een groot aantal kleine kunstinitiatieven om zich te presenteren. Al zeventien jaar biedt Kunstvlaai, als enig festival in Nederland (en een van de eerste in Europa), een podium voor het ‘alternatieve circuit’ van de kunstwereld. Hiermee brengen ze een bont en divers gezelschap bijeen, dat een essentieel deel uitmaakt van de kunstwereld.

De eerste kunstinitiatieven die in de jaren 70 in Nederland werden opgericht, zoals W139 in 1979, waren vooral kunstenaarsinitiatieven. Uit onvrede met het traditionele bestel van musea en galeries, en de kansen en mogelijkheden die zij boden, richtten kunstenaars hun eigen ruimtes in. Hier konden zij, zonder zich te hoeven laten leiden door beleid of marktwaarde, de kunst tonen die zij urgent vonden. Tegenwoordig maakt het kunstenaarsinitiatief nog steeds een belangrijk deel uit van het veld van kleine kunstinstellingen, maar zijn er talloze soorten kunstinitiatieven bijgekomen. Zo zijn er, naast kleine white cube kunstruimtes, ook initiatieven die zich bezighouden met kunst en theorie, zoals Rongwrong in Amsterdam, of initiatieven die meer functioneren alsproductiehuizen, zoals If I Can’t Dance, I Don’t Want To Be Part Of Your Revolution in Amsterdam.

Ook websites of nomadische organisaties kunnen onder kunstinitiatieven geschaard worden. Door de diversiteit onder kunstinitiatieven is het moeilijk een vinger te leggen op wat een kunstinitiatief precies is en wat ze betekenen. Toch hebben ze een aantal zaken gemeen, die ze uniek en onmisbaar maken voor de kunstwereld.

PLEK VOOR NIEUWE KUNST
Kunstinitiatieven kunnen gezien worden als de laboratoria van de kunstwereld. Doordat zij zich niet hoeven laten leiden door een strikt meerjarig beleid of de grillen van de kunstmarkt, hebben ze een grotere vrijheid om te tonen wat ze willen, wanneer ze dat willen. Deze onafhankelijkheid is een van de belangrijkste kenmerken van het kleine kunstinitiatief en biedt ruimte voor experiment. Zo kunnen er risico’s worden genomen, door bijvoorbeeld nieuwe manieren van tentoonstellen uit te proberen. Ook bieden kleine kunstinitiatieven vaak een podium voor jong en opkomend talent en functioneren ze voor deze kunstenaars als springplank naar grotere instellingen als musea. Kunstinitiatieven worden dan ook vaak besproken als een ‘kweekvijver’ voor de kunst, als de plek waar nieuwe kunst ontstaat. Zonder kunstinitiatieven zou de aanwas van nieuwe kunst voor musea en galeries snel opdrogen. Een belangrijk middel om deze nieuwe kunst te ondersteunen en stimuleren is door als opdrachtgever op te treden. Veel kunstinitiatieven werken nauw met kunstenaars samen en staan aan de wieg van nieuwe projecten en werken. Zo geeft kunstinitiatief Apice for Artists in Amsterdam beginnende kunstenaars de opdracht om nieuw werk te maken voor hun ruimte, waarbij de kunstenaar van begin tot einde wordt bijgestaan door oprichter Daniela Apice. Tevens functioneert Apice als galeriehouder voor deze kunstenaars. Daarnaast stimuleren een groot aantal kunstinitiatieven de kunstproductie door een residency voor kunstenaars aan te bieden. Bij plekken zoals Hotel Maria Kapel in Hoorn en Kunsthuis Syb in Beetsterzwaag krijgen kunstenaars tijdens een intensieve werkperiode de kans nieuw werk te maken en dit te presenteren aan het publiek. Op deze manier wordt de kunst vooruit gestuwd, door te investeren in nieuwe, riskante kunst.

De laatste jaren is de traditionele rolverdeling in de kunstwereld, waarbij kunstinitiatieven ruimte bieden voor experimentele kunst, musea voor gevestigde kunst en galeries voor winstgevende kunst, echter aan het verschuiven. Zo tonen musea steeds meer experimentele kunst en beginnen ze hun eigen projectruimtes. Daarnaast zijn kunstinitiatieven altijd de plekken geweest waar het discours plaatsvond, waar lezingen werden gegeven en kunstenaars, curatoren en critici samenkwamen om over kunst en theorie te discussiëren. Ook dit vindt nu steeds meer in musea en galeries plaats, kijk bijvoorbeeld naar het uitgebreide publieke programma van het Stedelijk Museum. Nu de traditionele rol van kleine kunstinitiatieven steeds meer wordt overgenomen door musea en galeries, zullen kunstinitiatieven zich opnieuw moeten zien te onderscheiden.

HET ALTERNATIEF
Een manier om dat te doen is door je als kunstinstelling anders te gedragen dan de rest. In zijn tekst Take Care stelt Anthony Huberman, directeur van The Artist’s Institute in New York, dat we kunstinstellingen vooral zouden moeten beoordelen op hun gedrag, in plaats van wat ze tonen. (1) Wat musea doen, het tonen van kunst aan een grote publiek door bijvoorbeeld retrospectieven te organiseren, is zeker belangrijk, maar leidt vaak niet tot veel vernieuwing. Door hun grootschaligheid zijn ze meestal gedwongen om hun tentoonstellingen jaren vooruit te plannen, waardoor ze minder kunnen inspelen op huidige ontwikkelingen. Daarbij komt dat ze vaak weinig avontuurlijk zijn in hun manier van tentoonstellen, waarbij het museum nog regelmatig optreedt als autoriteit en kunst binnen bepaalde kaders of narratieven aan het publiek gepresenteerd wordt.

Kunstinitiatieven kunnen hier het alternatief verschaffen, pleit Huberman, door te experimenteren met manieren van tentoonstellen en een andere houding aan te nemen ten opzichte van de kunst, de kunstenaar en het publiek. In plaats van kunst in hapklare brokken te serveren, kunnen tentoonstellingen ook een manier zijn om, samen met het publiek, de kunst te ontdekken. In die zin hoeft een tentoonstelling niet een eindpunt te zijn, waarin een curator ons vertelt van de resultaten van zijn onderzoek, maar eerder een beginpunt, waarna de kunst verder ontdekt en onderzocht kan worden. Daar waar musea tentoonstelling na tentoonstelling inplannen, kunnen kunstinitiatieven de tijd nemen om een idee te volgen, zonder te weten waar dit precies naar zal leiden. Dit maakt kunstinitiatieven kwetsbaar, maar juist in die kwetsbaarheid zit hun kracht. In plaats van alleen je kennis uit te dragen, kun je als instelling ook je liefde ergens voor verkondigen. Een liefde, voor een idee of denkproces, die aanstekelijk is en die vanzelf leidt tot meer vragen dan antwoorden. Zoals Huberman in Take Care aangeeft: ‘After all, the ideas that make us curious are not the ones we fully understand, but the ones we care about – “I love it” is always more compelling than “I get it”.’

Een alternatief bieden betekent soms ook het precies tegenovergestelde doen van wat de rest doet. Tijdens zijn lezing bij Stroom, Den Haag in oktober 2012 riep Huberman kleine kunstinitiatieven op om zich niet aan te passen naar de normen van de door kapitalisme geregeerde kunstwereld. (2) Hij sprak met de woorden van Martin Luther King: ‘Proud to be maladjusted.’ Niet uit onvermogen, maar als een bewuste keuze. Daar waar veel musea zich laten leiden door het streven naar groter, sneller, machtiger en meer (zie bijvoorbeeld het Rijksmuseum, die onlangs aankondigde het gebouw, na een jarenlange verbouwing, nog verder te willen uitbreiden), is het aan de kleine kunstinitiatieven hier tegenin te gaan. Dit kunnen ze doen door meer de tijd te nemen, niet voor de grote getallen te gaan en door de aandacht weer te verleggen naar de kunstenaar en de kunst.

Zo blijft W139, ondanks dat ze al ruim dertig jaar bestaan, vasthouden aan hun beginselen als kunstenaarsinitiatief. Na jaren verschillende directeuren te hebben gehad, die in feite als curator optraden, heeft het initiatief nu de macht weer teruggegeven aan de kunstenaar. Het programma van W139 wordt bepaald door verschillende groepen kunstenaars, die met voorstellen komen en deze zelf uitvoeren. Hierbij kan een idee genoeg zijn en hoeft de uitkomst niet van tevoren al bekend te zijn. Zo kwamen de kunstenaars Susan Kooi, Zoro Feigl, Sajoscha Talirz en Kaleb de Groot met het idee om de asfaltvloer van W139 te gebruiken als materiaal voor de volgende tentoonstelling. Het leidde in juni 2013 tot de tentoonstelling On Fresh Soil, waar de resultaten van een radicale en intensieve werkperiode te zien waren. On Fresh Soil stond als het ware voor de nieuwe start die W139 had gemaakt, waarvoor de geïnstitutionaliseerde wortels eerst hardhandig uit de bodem moesten worden gerukt. Door op een alternatieve manier te werken bieden kleine kunstinitiatieven, naast een andere manier van naar kunst kijken, ook de mogelijkheid om anders over de wereld na te denken. Kunstenaars kunnen hier, zoals Charles Esche ze noemt, ‘bescheiden voorstellen’ doen, waarin een andere manier van leven wordt onderzocht en voorgedragen. (3) Hierbij functioneert de kunst als een soort vrijhaven, een testzone waarin eindeloos geëxperimenteerd kan worden. Kijk bijvoorbeeld naar de Timebank die sinds mei 2011 bij Stroom is gevestigd. Bij deze bank verhandelen mensen hun diensten, in plaats van hun geld, en creëren hiermee een alternatief handelssysteem met tijd als valuta. Ook de Trade School waar eind maart jl. lessen gevolgd konden worden bij W139, is gebaseerd op ruilhandel. Op deze manier worden kleine, hanteerbare utopieën geschapen, waar de neoliberale normen van het kapitalisme niet de dienst uitmaken. Deze projecten begeven zich op het grensgebied van kunst en de ‘echte’ wereld, en kunnen mogelijk een verschil maken in hoe wij onze samenleving in de toekomst vormgeven.

SUCCES HERDEFINIËREN
Toch worden kleine kunstinitiatieven steeds meer gedwongen om binnen het model van het neoliberale kapitalisme zich staande te houden. Zeker sinds de bezuinigingen in 2011 worden kunstinitiatieven meer beoordeeld op hun eigen inkomsten en het aantal bezoekers die ze trekken, in plaats van op de kwaliteit van hun programma. Het is natuurlijk ook makkelijker om kunstinitiatieven op basis van cijfers te kunnen beoordelen, zeker als men niet goed weet wat ze precies doen en betekenen. Toch is dit niet terecht. Kunstinitiatieven bestaan niet om succesvolle verdienmodellen te zijn, en moeten dan ook gewaardeerd worden om kwaliteiten die verder gaan dan economisch succes. Uit het onderzoek Size Matters blijkt dat hun waarde niet zozeer in materiële goederen is uit te drukken, maar eerder in immateriële verdiensten, zoals kennis en expertise, en productie van nieuwe kunst en discours. (4) Onderzoeken als deze en die uitgevoerd door De Zaak Nu, de Nederlandse belangenvereniging voor kleinekunstinstellingen, moeten bijdragen aan een beter begrip van kunstinitiatieven en wat ze betekenen. (5)

Willen we kunstinitiatieven een plek geven in de (kunst)wereld, dan zullen we onze definitie van succes moeten aanpassen. Een definitie waarin een betrokken publiek meer waard is dan een groot publiek, een gesprek interessanter is dan een monoloog en tijd niet altijd efficiënt of productief hoeft worden besteed. In dat opzicht zijn kunstinitiatieven een succesvol voorbeeld voor eenieder die liever zijn eigen voorwaarden creëert, in plaats van zich aan te passen aan de normen van alledag. ‘A bit less successful in one way, but a bit more successful in another.’ (6)

1. Huberman, Anthony, Take Care, in: Circular Facts, Sternberg Press, Berlijn, 2011.
2. Zie ook: Broekers, Debbie, De kleine kunstinstelling als succesvol initiatief, in: Tubelight #83, januari 2013.
3. Van Duyn, Edna (red.), If Walls Had Ears, de Appel arts centre, Amsterdam, 2005, p. 593.
4. Thelwall, Sarah, Size Matters, Londen, 2011. Common Practice, de belangenvereniging voor kleine kunstinstellingen in Londen liet dit onderzoek naar het functioneren en de betekenis van kleine kunstinstellingen in Londen uitvoeren.
5. In 2010 werd De zaak nu opgericht, waarmee het circuit van Nederlandse kunstinitiatieven voor het eerst verenigd werd. In 2012 lieten ze door de DSP-groep het onderzoek Nu is het zaak uitvoeren, naar de functie, rol en betekenis van kleine kunstinstellingen in Nederland. Dit onderzoek werd in 2013 opgevolgd door het onderzoek Een zaak van verandering, waarin strategieën werden verkend waarmee de kleine kunstinstellingen kunnen inspelen op de veranderde politieke en economische omstandigheden in Nederland.
6 Huberman, Anthony, lezing bij Stroom Den Haag bij de tentoonstelling Expanded Performance, 11 oktober 2012.